11. 2opReis

Club Havana

Na een vlucht van 11 uur waar Britt er 13 van geslapen heeft en Lynn heel toepasselijk (?) de serie Berlin heeft kunnen bingen, komen we aan in een andere wereld. Een wereld die we denken te kennen, van films en series. Een wereld van oldtimers, gekleurde huizen en sigaren. Maar nu nog even niet. Want nu is het avond en donker. Als we morgenvroeg wakker worden in onze casa particular (een kamer bij mensen thuis), dan weten we het écht. Hoe Cuba is. 

Het is 6 uur ‘s ochtends en Britt wordt wakker van Lynn’s wekker met vogelgeluiden, die steeds harder afgaat. Tenminste. Dat dacht Britt. De vogelgeluiden blijken écht te zijn. Welkom in Havana. We openen de luiken en zien het zonnetje rustig door de houten shutters stralen. Helemaal enthousiast, trekken we meteen onze meest Cubaanse outfits aan: gekleurde blousjes uit Thailand van de vader van Lynn. Wij zijn er klaar voor. 

We lopen onze kamer uit en zien nu pas voor het eerst hoe prachtig onze casa is. Het lijkt meteen al een film, de tijd heeft hier stilgestaan, maar de eigenaresse niet. Want als we verder lopen, een binnentuin in, staat er een geweldig ontbijtje klaar, met vers fruit, heerlijke koffie, een vers sapje en als we aanschuiven meteen de vraag hoe we ons eitje willen. Geroerd, dat zijn we zelf ook. 

We maken voor het eerst kennis met “guave”, fruit dat hier dit seizoen groeit. “Het is nog geen mango seizoen”, verontschuldigd de mevrouw zich, maar wij zijn allang verkocht: guave is ons nieuwe lievelingsfruit. Op Cuba mogen geen pesticiden gebruikt worden, legt de mevrouw uit. En dan proef je. Alles smaakt verser dan vers en een beter begin van onze reis kunnen we niet wensen. 

De eigenaar, een man die we alleen maar zien in sportkleding en die eruit ziet alsof hij 400 kilo kan tillen, komt ons roepen. De auto staat klaar, voor de oldtimer tour door Havana. Welke kleur auto zouden we krijgen? Zou het écht een oldtimer zijn zoals op de foto’s en in films? Zou het een cabrio zijn? Zou die, misschien, heel misschien, roze zijn?

Voordat we naar buiten kunnen lopen om de auto te zien, maken we kennis met de tourgids, Maria. Zij vertelt ons van alles over de cultuur, de gewoontes, de koers van peso’s, dollars en euro’s maar stiekem tunen we steeds een beetje uit. We horen de motor lopen, even verderop. We ruiken de geur van benzine. Hierdoor weten we al wel: het ís een oude auto. Als Maria opstaat om ons door het hek naar de auto te begeleiden, ziet Lynn (die ietsje langer is maar vooral oplettender), al een glimps van de auto. Met een big smile kijkt ze Britt aan. “Hij is roze.” Het hek gaat open en daar staat ‘ie: een prachtige roze, glimmende Chevrolet uit ‘57. Een cabrio. Een auto waarvan we alleen maar konden dromen. Waarvan we niet dachten dat ze écht bestonden. Laat staan, er ooit écht in zouden zitten. Deze auto, is de komende twee uur van ons. Of ja. Van de chauffeur en wij mogen achterin zitten. Met tranen in onze ogen (laten we eerlijk zijn: Britt’s ogen, die droomde hiervan als klein meisje, fan van Marilyn Monroe en alles uit de jaren ‘50) stappen we in. Gebeurt dit echt? 

We rijden door Havana, met de chauffeur en Maria, die ons van alles vertelt over de bijzondere stad. Ook hier tunen we soms stiekem uit. Genietend van het moment. We toeteren naar andere oldtimers, zoals motorrijders en mensen met boten ook altijd naar elkaar doen. We zijn één. We zien de ene na de andere oldtimer. Rode, mintgroene, lichtblauwe, paarse. Er wordt dan ook veel getoeterd en gezwaaid maar lang niet zoveel als dat we van tevoren dachten. De stad is totaal niet zo toeristisch als we verwachtten. Wij zijn zo’n beetje de enige blonde dames in de stad. En het fijne is: nobody cares. 

Na deze fantastische ervaring, stappen we uit in het oude centrum van Havana. We krijgen nog een tour door de stad, met Maria, te voet. Dat wisten we niet, maar het fijne is: zo zijn die slippers maar meteen ingelopen voor de hele reis. 

We bezoeken kerken, leren over de heilige maagd Maria van Havana: beschermheilige La Cachita, lopen over begraafplaatsen waar poëten en kunstenaars en Cubaanse historici begraven liggen. En we horen over El Hombre de Paris, “the Paris Gentlemen”. Een dakloze man, die inmiddels is overleden, en een standbeeld heeft gekregen omdat hij een boegbeeld van Havana was. Iedereen kende hem en als er een film werd gemaakt, figureerde hij erin. Dan wist je dat het echt Havana was. 

Na deze tour -de slippers zijn héél goed ingelopen- lunchen we, als enige toerist maar ook als enige mensen, in een klein café in de stad. Vier taco’s en een hoop indrukken later, willen we terug naar onze casa. Lopen gaat niet zo geweldig meer en oh wat een straf is dat. Als je een oldtimer als taxi kan pakken 😉 Na roze is het tijd voor blauw. Ook deze auto is weer fantastisch. Onze chauffeur, “Alexander Mc Dreamy-Eyes”, rijdt ons door de stad, naar de bossen van Havana. Zo weten we ook meteen dat Havana dus bossen heeft. We stoppen onderweg voor de lekkerste pina colada ever, die we geserveerd krijgen uit een ananas. Alexander McDreamy Eyes is naast chauffeur ook fotograaf. In ieder geval, voor dat half uur dan. Want, deze rustige plek is perfect voor een fotoshoot. Waar Britt (tell me you’re a Leo without telling me you’re a Leo) helemaal, full on, Marilyn Monroe- style gaat, neemt Lynn de rol aan van John Travolta. One more photo, Please Lighting. 

We worden in stijl afgezet bij onze casa, verdrinken nog eenmaal in de ogen van McDreamy Eyes en besluiten dan dat het tijd is voor een van de mooiste tradities die Cuba rijk is. De siësta. Daarna willen we de clubs van Havana onveilig gaan maken, met rode jurkjes, hakjes aan, al salsa’end door de straten. Ja. Wij wel. Om 6 uur ‘ochtends worden we wakker van de wekker, de natuurlijke wekker wederom. De vogels van de stad. Vanwege het tijdsverschil, hebben we per ongeluk de hele avond en nacht doorgeslapen. De stad maken we vanavond wel onveilig. Ja. Wij wel. 

Op dag twee, staat opnieuw het ontbijtje al klaar. Naast casa particular, is waar we slapen, ook een bakkerijtje, waar twee Cubanen druk bezig zijn met brood bakken voor zo’n beetje de hele wijk. Het ruikt heerlijk en we worden weer zo vrolijk verwelkomd door de Peter Pan’s, zoals wij ze noemen. Vandaag heeft de eigenaresse de tafel weer anders gedekt: een ander servies, met een ander tafelkleedje. Hier zit zoveel liefde in. De verse sapjes zijn ook anders en, crazy as we are, trekken we de lijn lekker door en gaan voor een gebakken eitje. Living on the eidge. 

Vandaag staat er, zoals het ook hoort op vakantie, niets op de planning. We dachten slim te zijn, omdat we verwachtten om zes uur thuis te zijn in plaats van wakker, en dus niets te plannen. Dan maar zelf op avontuur!

Het plan: struinen door onze wijk, de (volgens de reisorganisatie) hipste wijk van Havana. Terwijl we door de straten lopen, leren we dat ieder huis ook een kledingwinkeltje is, of een barretje, of een bakkerijtje, of een supermarktje, of een ijswinkel. Overal verkopen mensen iets. En laten wij nou net van ijs houden. Met twee bakken van een halve liter (Lynn houdt van chocolade ijs en Britt van ananas), lopen we verder, richting de zee. De muur die langs de zee loopt, wordt hier als “thuis” gezien. Hier zitten mensen met biertjes en popcorn te genieten van het uitzicht. Het water dat langs de muur omhoog splasht, brengt geluk, dus als je nat wordt, is dat juist een zegen. Werd ons verteld, de dag ervoor, door Maria. 

Maar vandaag zien we niemand. We lopen een paar kilometer langs de muur en zien welgeteld één jongen, op zoek naar een wonder, omdat hij bij een “splash punt” stilstaat en hoopt zeewater over zich heen te krijgen. Dat lukt. Wat een geluk. 

Waar wij lopen, is het soms glad op de splash punten. Gelukkig hebben we vandaag iets stevigere schoenen aangedaan dan slippers, een goede voorbereiding is het halve werk. Lynn vertelde Britt “vooral lichte kleding mee te nemen”, wat Britt opvatte als: ga in het wit, maar wat later bleek, zo weinig mogelijk gewicht. Wat slimmer was geweest, geen wit te dragen als je langs splash punten loopt waar het op veel plekken glad is, weten we nu. Na twee bijna-uitglij momenten en een mislukte reddingspoging van Lynn (de tas werd wel gered, overigens), lag Britt languit in de plas op de boulevard van Havana. Nogmaals, toeristen zagen we amper, dus alleen wij zelf zagen het gebeuren en een giechelend Cubaans meisje dat langsfietste. En zo’n 65 Cubanen die we daarna tegenkwamen op de weg terug naar huis, die niet hoefden te zien wat er gebeurd was om te weten wat er gebeurd was. Bruin is ook een mooie kleur, als je van bruin houdt zullen we maar zeggen. 

Na een lekkere douche is het weer tijd voor een typisch Cubaanse traditie: de siësta. Met wekker, ditmaal, waar we netjes van wakker worden. Jurkjes aan, hakjes en op naar een hip restaurantje (wij geloven alles wat ze ons aanraden) bij ons in de wijk, dat naast de Fábrica de Arte zit, een hippe oude fabriek, omgetoverd tot club/ kunsttentoonstelling/ buurtcentrum/ concertzaal. De Verkadefabriek van Havana, dus. Voor jong en oud, want als we hier na het eten (lobster a la leche, iets van melk met kreeft, iets minder geslaagd maar wel gezellig) binnenstappen, zien we jongeren met hun oma, dansend door de gangen. Wij komen aan bij een vette ruimte, waar een Rumba band speelt, met dansgroep. Super gaaf maar na een uur zijn deze oma’s wel klaar met de dag. Lekker naar bed. 

Op de laatste ochtend -we worden zometeen opgehaald om naar Viñales te gaan, een dorpje drie uur van Havana vandaan- staat er wéér een anders- gedekt tafeltje klaar, servies numero tres. Weer even mooi en met evenveel liefde. We genieten van de laatste keer guava in Havana (wie weet wat we de volgende dagen allemaal nog gaan eten?) en de lekkere koffie. En natuurlijk, een eitje. Gekookt ditmaal. Helemaal cray cray. 

De taxi staat een half uur eerder dan gepland voor de deur (ze zijn hier steeds te vroeg met alles, iets waar Lynn enorm van geniet en waar Britt even aan moet wennen), dus snel koffer pakken, instappen en op naar Viñales!