Trinidad
Zweetdruppels kletsen van wangen naar haren en van haren in de lucht. Er is stoom. Niet van apparaten, maar gewoon, van menselijk vlees. Er zijn heupen, veel heupen. Die even makkelijk weer overgaan in benen, of andermans benen. En er wordt gedanst, zoals er in de geschiedenis van de mensheid nog nooit gedanst is. Denken we. Maar geen salsa. Nergens een één, twee, drie, één, twee, drie. De salsa, dé dans waar we stiekem voor naar Cuba zijn gekomen, lijkt ineens gechoreografeerd te zijn door Moeder Theresa en is hier ver te zoeken. De rumba daarentegen, is hier overal. Reggeaton, des te meer. En dansen waarvan we de naam niet weten maar waarvan de bewegingen op ons netvlies gebrand staan. We hebben het gehaald. De club in Trinidad. En nu is het eten of gegeten worden, zo voelt het. Hoe zijn we hier in godsnaam beland?
Het is de ochtend van de club. Gisteravond zijn we aangekomen in Trinidad. We wilden toen al naar de club, maar de stroom viel uit. Daarom deden we even een klein dutje zodat we wakker zouden worden als de stroom weer aan was. De stroom bleef uit en wij zelf ook en dus werden we wakker van de tourgids (denk dus ook: taxichauffeur/ chaperonne/ metgezel) die drie kwartier te vroeg aanbelde om vandaag met een Russische truck door de bergen naar een waterval te hiken. (Hiken is trouwens een soort hip woord voor wandelen, iedereen hiked wat af, want dat klinkt dus vetter dan wandelen maar eigenlijk is het vooral wandelen op Cuba). We waren goed uitgerust, dus we hadden er zin in, zelfs een uur te vroeg (we hadden ons deze hike ietsjes brakker voorgesteld dus wij waren allang blij met deze gemoedstoestand).
Als we aankomen bij de Russische truck, blijkt dat we vandaag op pad gaan met een groep van 16 Italiaanse jongeren (jong = ± 30 jaar, en ja dat is eigenbelang) en een Cubaanse gids. Zodra we achterin plaatsnemen in deze mega vette, grote, openlucht-truck, kan het feest beginnen. Letterlijk, want de box gaat aan en de groep 16 Italianen begint meteen kei hard mee te zingen, te klappen en te dansen. Wij vinden het geweldig. Het voelt als een schoolreisje, alleen vraag ik me af of je ouders je vroeger mee zouden laten gaan in een Russische truck door de bergen van Cuba met een groep Italianen. Ach, daar ben je dan dertig (+) voor geworden. Terwijl ‘Bella Ciao’ kei hard door de boxen buldert maar nog harder wordt gezongen door een groep zeer uitgetogen Italianen (in dit geval het tegenovergestelde van ingetogen, want dat is toch echt de beste uitleg), kijken wij elkaar lachend aan. Dit wordt een goeie dag.
De hike (wandeling) is echt fantastisch. We lopen, voor ons gevoel, middenin de jungle en de gids vertelt ons van alles over de vogels, de planten, de seizoenen. Niet de echte Cubaanse gids. Maar Francesco, een Italiaan die vooroploopt en een soort natuurlijk leider geworden is waar wij de hele dag achteraan hobbelen. Als Francesco zegt dat het stil moet zijn, is het stil. Hij legt ons ook uit dat hij uit Noord-Italië komt en dat die vergeleken met Zuid-Italianen meer ingetogen zijn. De Zuid-Italianen van de groep beamen dat, schreeuwend van trots. Zoals Alfredo (ja weer een Alfredo), die zich met hoed en sigaar de hele dag, al “peacockend”, de Cubaanse cultuur eigen maakt.
En zo leren we dus niet alleen over de Cubaanse cultuur en natuur, maar ook over Italianen. Na twee uur hiken (wandelen) komen we aan bij de mooiste waterval die we ooit gezien hebben, en ja, die hebben we best een aantal gezien in ons leven. Zo groot, zo prachtig en de natuur eromheen staat in volle bloei. En even zwemmen is na twee uur hiken (hiken) ook wel echt een mega chille onderbreking. Chill van koud en lekker.
Na een paar uur zwemmen en hiken rijden we terug (vrij getogen: niet meer in- of uitgetogen maar een beetje Midden-Italië) en spreken af elkaar later die avond weer te zien in de club. Want ja, natuurlijk gaan ook zij naar de club. Zelfs Francesco. (Die overigens later in de club een mega feestbeest bleek te zijn, dat terzijde).
Na deze trip voor ons géén dutjes meer. Het is jurkje aan, make-up op en gáán. Britt doet hakken aan, ondanks het voorzichtige advies van Lynn om gympen aan te doen. “We gaan salsa dansen Lynn, dat doe je niet op gympen!” Na een barre tocht van drie meter naar het -niet geheel toevallig eerstvolgende- restaurant, is het tijd voor een pina colada. Ons lievelingsdrankje deze reis (zonder alcohol want rum vinden we allebei heel vies). En iedere keer als dat prachtige geluid van ananaspoeder en langhoudbare melk met vier scheppen suiker in een blender die met aggregaat is veiliggesteld voor toeristisch gebruik, weer klinkt, gaan we weer: ‘wat hebben we het goed he’. En áls goed nóg beter kon, dan wel hierdoor: een bandje, bestaande uit vader, twee dochters en een schoonzoon, begint te spelen in het restaurant. Waarvan de dochters werkelijk de mooiste stemmen hebben die we ooit hebben gehoord en de zang van de vader door merg en been gaat. Het is alsof we even op zielsniveau met elkaar communiceren, twee uur lang zingen zij en zeggen wij niets. Niet in woorden in ieder geval, want tranen zeggen genoeg. Zo lang zijn we deze reis nog niet stil geweest. Wij willen alles over deze band weten, deze muziek op repeat, de rest van ons leven. Maar Spotify hebben ze niet op Cuba en YouTube is ook lastig. Het enige wat we kunnen doen is een cd kopen en dat hebben we gedaan (iemand nog ervaring met het krijgen van een cd op je laptop/ YouTube?). Gelukkig hebben ze naast ’50 auto’s, ook “redelijk” oude auto’s hier met cd-spelers, dus kunnen we in ieder geval wel de rest van de reis deze muziek beluisteren.
En dan, is het eindelijk tijd voor de club. Maar niet zomaar. We lopen al een half uur op een zandpad met keien, want drie meisjes in drie rode jurkjes wezen ons de richting (zelf haakten ze af). Nu zijn we niet vies van een kei in Brabant, maar het loopt niet zo handig op hakken (Lynn had gelijk). De stroom is uitgevallen en de straten zijn enkel verlicht door de maan en twee even romantische Iphone zaklampen. Hoe verder we lopen, hoe minder mensen we tegenkomen. En dat is gek, want we zijn op weg naar een club. Nou ja, dé club. La Cueva, The Cave, De Grot. De club waar iedereen in Trinidad ons over vertelde (eerlijker: waarschuwde). En nu zien we dus bijna niemand meer. Is de weg ernaartoe ook al een soort Viking Run? Waarin zoveel procent afhaakt voor de eindstreep? Dat je het zó waardig moet zijn om De Grot te mogen betreden en je een Viking Run- winnaar bent als het lukt? Een enge gedachte (natuurlijk respect voor Viking Runners hoewel die ook wel gek zijn, ondervinden we nu een soort van aan den lijve). Maar lang niet zo eng als het stuk waar we nu zijn aanbeland. Meer keien, meer zand en een heuvel zo stijl alsof je de Sint-Jan beklimt. Dan zal de grot wel erg diep liggen (waar we dat op baseren geen idee, maar er is hoop op een diepe grot) en hopelijk het uitzicht even mooi.
Eindelijk, na uren ploeteren (een Viking Run is er niets bij), zien we licht aan het einde van de tunnel en dit geval, de opening van de grot. Een oase van steen en neonlicht. Met grote letters staat er: “DISCO AYALA”. Even twijfelen we. Zijn er meer clubs in grotten? Maar dan heel klein eronder: La Cueva. We made it. Zo moet Neil Armstrong zich gevoeld hebben in 1969, dat kan niet anders.
We wurmen ons naar binnen (bizar genoeg zijn er nu wél ineens overal mensen, waaronder de Italianen die ons in eerste instantie niet herkennen met make-up op, wat ons doet afvragen: moeten we dan overdag juist iets méér schminken of ’s avonds iets minder) en dansen erop los. Tenminste. Dat zou natuurlijk het meest ideale verhaal zijn. Maar zomaar gaan dansen, als twee robot-houthakkers (zo voelen we ons hier), dat durven we niet meteen. Dit is de Champions League van het dansen en als je tegen Ronaldo moet spelen, met een beetje ‘vriendenteam’ ervaring, dan denk je ook wel even drie keer na voordat je het slagveld opgaat. Dus dat deden we. Drie keer = drie bier nadenken, in dit geval. En zoals je waarschijnlijk na drie bier ook heel goed tegen Ronaldo kan voetballen, zo goed dansten wij ook.
En zoals ze dan aan het einde van de wedstrijd bemoedigend zouden zeggen: ‘het gaat om het meedoen, niet om het winnen’, zo kan je deze avond eigenlijk ook wel goed samenvatten. We hebben meegedaan en dat alleen al was een overwinning, om het nog maar even af te toppen.