1 (2)

Playa Larga

Als we de taxi instappen op weg naar Playa Larga, komt de geur van nieuwe auto ons meteen tegemoet. Alleen de geur, door een geurzakje getiteld “New Car Scent”. Dit is om te verbloemen dat de auto gebruikt is. De komende dagen worden zeedagen, zoals het woord playa al deed vermoeden. We gaan zwemmen, snorkelen en hopelijk duiken. Het chillen nog chiller maken, als dat al mogelijk was. Dolce far niente, alleen dan, met een hoop activiteiten erbij. 

 

Rond 3 uur ‘s middags komen we aan bij onze casa, een geweldig huis aan het water, met een ander houten huisje nog meer aan het water. Met roeibootjes overal en in de verte, uitzicht op de zee, voorbij het gewone water. In de woonkamer hangen drieëndertig portretten (vooral strandshoots) van de enige dochter van de huiseigenaren. Dat ze de enige dochter is, weten we omdat er ook één gezinsportret hangt van de eigenaren met de dochter in het midden, tevens op het strand.

Ons huis heeft, vertelt de eigenaar, een naam: “Casa del Buzo”, wat “huis van de duiker” betekent. Komt dat even goed uit, want duiken staat dus hoog op de verlanglijst. Het is niet voor niets sCuba diving! De eigenaar blijkt toevallig ook duikinstructeur. Nou… Toevallig? Zo gaat dat hier. Mensen hebben vijfendertig beroepen en ‘side hustles’. Ze zijn chauffeur, kok, kapper, tourgids, vogelkenner, kernfysicus, loodgieter, fysiotherapeut, salsaleraar en cowboy (dat is een beroep, weten we nu) en dus duikinstructeur in één. Of ze zijn er één telefoontje (een familielid, meestal een neef) van verwijderd. Heerlijk, zo’n one-stop-shop. Je hoeft niet te zoeken, je hoeft enkel iemand aan te spreken en jouw “probleem” is opgelost. Kiespijn? Geen probleem. De eigenaar is ook tandarts. Gebroken enkel? Geen probleem. De eigenaar is ook dokter. Of z’n neef. En dus zitten we gebakken als we morgen willen duiken. Veiligheid voorop. 

 

De zee (niet de zee waar we kunnen duiken, dat is een ander stuk zee) is op drie minuten lopen van onze casa. Hier gaan we eens even helemaal niets doen, deze middag. Iets waar we toch een heel klein beetje aan moeten wennen. Twee kokosnoten wennen, om precies te zijn. Het enige waar we ons “druk” om moeten maken is waar we die avond zullen gaan eten. En daarom, voor de miljoenste keer deze reis, sluiten we de eerste middag aan zee af met een “Wat hebben we het toch goed hè?”. 

 

Voor de avond raadt de eigenaresse ons met groot enthousiasme een bepaald restaurant aan, twintig minuten lopen verderop. Nu zijn we op een van de mooiste plekken ter wereld, aan zee (hadden we dat al gezegd?), met een, naar verwachting, prachtige zonsondergang. Wat kan er misgaan, denk je dan? Nou. Het opvolgen van het advies van een vrouw die dacht: “dat restaurant is zo geliefd bij toeristen”, bijvoorbeeld. Het is zelfs “volgens TripAdvisor nummer één!” wordt ons verzekerd.

 

Na een wandeling in de richting van veld, in plaats van zee (hier is dus ook veld, schijnbaar) belanden we in een door TL-verlicht restaurant met uitzicht op elektriciteitskabels (die hier in Cuba vooral voor de vorm zijn aangelegd, de elektriciteit ligt hier merendeels plat). Het restaurant zit vol met toeristen die ook het advies hebben opgevolgd van hun casa-eigenaar of blind zijn gevaren op de twee 5-sterren reviews van TripAdvisor. De toeristen bestaan uit welgeteld één stelletje dat Spaans spreekt (als ze überhaupt woorden uitwisselen) en een trio Engelsen. Hier is dat topdrukte en dat merk je ook aan de bediening. Het is moeilijk onthouden allemaal (tweemaal de vis van de dag) en daarom is het goed dat ze het vier keer komt verifiëren. 

 

Op de tv in de hoek speelt een videoband met videoclips van Céline Dion, met één videoclip van “Take on Me” uitgezonderd. Wie zou die videoband geproduceerd hebben, vragen we ons af. Iemand heeft misschien wel jarenlang de Cubaanse TMF aangezet (LFM, zou dat dan worden: La Fabrica Musica) en iedere keer bij een liedje van Céline Dion op ‘record’ gedrukt. Wat een stress moet dat geweest zijn. Als je het eerste akkoord hoort (denk aan de eerste drie iconische seconden van “It’s All Coming Back To Me Now”, die pianoriedel), snel naar de tv rennen, jezelf moeten herinneren waar je de afstandsbediening hebt gelaten, of schreeuwend naar je zusje waar zij de afstandbediening heeft gelaten en dan op ‘record’ drukken en dan nét die iconische eerste drie seconden missen op de videoband. Optie 2 is dat de LFM weekenden “Non Stop Céline Dion” had en jij dus rustig je moment afwachtte, op record drukte, schreeuwend naar je zusje dat ze LFM aan moet laten staan en dan zorgen dat afleveringen van GTST (BTMT: Buenos Tiempos, Malos Tiempos) er niet overheen gespoeld worden door diezelfde zus. Either way: het moet wat voeten in de aarde gehad hebben om voor ons, op dat moment, de sfeer een stuk te willen ver-gemoedelijken door een afspeellijst van Céline Dion op de tv te krijgen. Waarvoor gracias. 

Bij ons eerste drankje (een aqua leek ons het makkelijkst) zien we een licht tussen de elektriciteitskabels verschijnen. Iets industrieels denken we. Lichtvervuiling, wordt zelfs zachtjes geroepen. Maar het licht wordt steeds groter en helderder totdat we ineens zien wat het is: een supergrote, prachtige volle maan, aan een heldere hemel vol met sterren. Met My Heart Will Go On op de achtergrond en het trio Engelsen dat er ook steeds meer plezier in begint te krijgen (“toch wel echt mooie liedjes eigenlijk he”), is het toch nog een romantisch beeld, als je de TL-verlichting ff wegdenkt. 

 

Als we ons eten krijgen (tweemaal het vlees van de dag) hebben we het levensverhaal van Céline Dion gegoogled (ze werd beroemd door een songfestival, niet hét songfestival en ze is Canadees in plaats van Frans, in een notendop) én hebben we opgezocht of ze binnenkort weer eens in Nederland optreedt. Wij zijn fan. Als we afrekenen speelt Take on Me- dat zal het zusje geweest zijn- en lopen we onder het maanlicht terug naar onze casa. 

 

Gelukkig schijnt de maan bijna zo hard als de zon de dagen ervoor, want de elektriciteit is uit en op straat is het donker. In de verte horen we toch muziek. Iemand heeft met een aggregaat reggaeton opgezet (verfrissend), midden op een pleintje, waar ook een kraampje staat met blikjes bier en chocolade. Er staan twee mensen te hangen bij de aggregaat/ box (ook grappig hoe iemand dit dan ooit weer bedacht heeft, om daar te gaan staan om 23.00u. om muziek te spelen voor twee man, een grote opkomst, hier) en wij besluiten onder het maanlicht ook even een dansje te wagen. Ons eerste dansje van de reis, gek genoeg, want die workshop salsa moeten we nog gaan volgen in Trinidad over twee dagen en op Celine Dion valt niet echt te dansen (op 3 oktober treedt ze op in het Ziggodome). 

Tevreden gaan we naar bed. Morgenvroeg gaan we duiken met de neef van de huiseigenaar, de eigenaar moest met spoed ergens een kies trekken. 

 

De volgende ochtend om 7 uur staat de neef voor de deur om ons op te halen. Niet dat we twijfelden, maar nu weten we het zeker, de neef IS duikinstructeur, want hij draagt een witte polo met in grote rode letters “instructor” achterop. Het shirt zou, nu we dit schrijven, dan toch ook wel voor meerdere doeleinden ingezet hebben kunnen worden, maar dat lijkt ons niet aannemelijk. 

 

We rijden naar een zee, een half uur verderop, waar zowaar een duikschool zit. Met echte flippers, duikbrillen en duikflessen. Het feest kan beginnen. Britt gaat duiken, Lynn snorkelen. Er is nog niemand aan zee. Het is rustig deze vroege ochtend. Idyllisch. Met zulk helderblauw water dat Britt zich afvraagt waarom ze eigenlijk überhaupt gaat duiken. Vanaf de kant zie je de vissen en het koraal ook. Maar, het is toch de moeite waard “want”, legt de instructeur uit, “we gaan een wrak bezoeken” (je moeder ha-ha). 

 

Het is tijd voor de eerste duik, nadat we een luttele poging doen drie duiktekens door te nemen samen. Gelukkig is die taal universeel, want de neef die Engels zou spreken en daarom alleen al de aangewezen persoon zou zijn om Britt onder water te begeleiden, spreekt geen woord Engels, los van het woord “instructor” dan. 

Het wordt een mooie duik, met supermooie gekleurde vissen in paars/ oranje en zwart-wit-geel (en de groeten van je moeder ;-)). Ondertussen is het wat drukker geworden op dit punt. Lees: Ziggodome op 3 oktober (want: uitverkocht), voor Cubaanse begrippen. Drie touringscars met Japanners hebben deze toeristische trekpleister (de enige duikschool in dit gedeelte van Cuba) ook weten te vinden. En dat is grappig, want 70% van deze groep kan niet zwemmen, laat staan duiken. Ach, als je maar een goede instructeur hebt is alles mogelijk. En dat hebben ze gelukkig, want er is -verrassing- een zwemleraar aanwezig. Vier van de veertig durven het aan en springen in het water. Samen met de zwemleraar, die, zoals het een professionele zwemleraar betaamt, een reddingsboei zoals in Baywatch maar dan geel in zijn hand heeft. Half in paniek (eentje geeft het na drie minuten al op), krijgen ze de opdracht om gewoon te gaan zwemmen. Gewoon datgene te doen wat ze willen leren, een beetje zoals wij op dat paard. Dingen zijn hier gewoon een kwestie van doen, dus. 

Duik twee is iets drukker qua mensen, maar nog steeds erg mooi. Het is koud onder water maar voor deze tweede duik heeft de instructeur een t-shirt gegeven. Hij kent duidelijk het reilen en zeilen van de onderwaterwereld. Als Britt klaar is met de duik en de zee uit wil, zijn er nog twee touringcars bijgekomen: een met Russen en nog een bus Japanners. Lynn die rustig wilde gaan snorkelen, is dus in de tussentijd plots omringd door weer een nieuwe groep mensen waarvan het opnieuw opmerkelijk is dat juist zij naar deze plek wilden: een duikschool met rotsen ervoor. Geen zandstrand. Geen barretjes. Enkel één meter spekglad steen waar een stok in staat als leuning, van waaruit iedereen, letterlijk iedereen, de zee in en uit moet. Het is hier van een idyllisch plekje waar The Lonely Planet “U” tegen zou zeggen, veranderd in het Gardameer in de bouwvak. Inclusief huilende kinderen, en in dit geval een man die met zijn blote handen vissen vangt en in een emmer gooit om ze kunnen laten zien aan de Japanners die het niet aandurfden om de zee in te gaan (iets zegt ons dat juist zij wél kunnen zwemmen en daarom eieren voor hun geld kiezen). Een fotoshoot van Rus met kind in paniek, die wordt geënsceneerd door een fotograaf (tevens groepsleider), die brood gooit waar dan vissen op af komen wat leuk is voor de foto maar niet voor het kind en Britt, die in de rij trappelt om het water uit te kunnen komen. Na 20 minuten lukt dat en gaan we naar huis. Ff chillen aan de zee naast onze casa, waar bijna niemand zit (kijk zo kennen we het hier weer) en we ons weer rustig kunnen richten op de kunst van het nietsdoen, waar we stiekem ook heel goed in worden. 

‘s Avonds kookt de eigenaresse voor ons de sterren van de hemel, onder de sterrenhemel, met een wederom prachtige maan en af en toe een klein roeibootje die de het schemerlicht van de maan op het water zachtjes verstoord. Het enige dat nog mist, is Céline op de achtergrond, maar ach, die zien we op 3 oktober (TicketSwap).