Las Terrazas
De volgende bestemming is een heel bijzondere om 5 redenen.
1. Omdat er bijna geen toeristen komen. Niet dat die er zijn in Cuba, maar toch.
2. Het is een eco-dorpje, met weinig inwoners, midden in de bergen, langs een rivier. Alles is organic/ biologisch. Lekker local.
3. omdat er een meertje ligt waar je zo’n The Notebook-roeibootje kan huren en elkaar gedichten voor kan lezen.
4. Omdat de tweede en tevens laatste activiteit hier, naast het bootje varen, ziplinen is. En tenslotte, en daar komen we pas achter als we aankomen, nummer
5: vanwege het hotel. We wanen ons in een bijna verlaten en verwilderd “Grand Budapest Hotel”. Waar de tijd heeft stilgestaan.
Sowieso lijken we soms zo in de wereld van Wes Anderson te zijn gestapt in dit dorpje, “Las Terrazas”. Met al die kleuren en interieur van vroeger. En vreemde situaties, die van vreemd naar vreemder gaan. Waar veel gebeurt, doordat er niets gebeurt. “Las Terrazas” in een notendop.
Het hotel spant de kroon. De bomen en planten groeien door het hele hotel heen. De receptie is meer boom dan toonbank. De kamers zijn donkerbruin met oudgroen. De twee restaurantjes die verborgen zitten in of rondom het hotel (we weten nog steeds niet waar het hotel begint en waar de omgeving eindigt en andersom, laat staan hoe de restaurantjes zich hiertoe verhouden) zijn een bar met alleen rum (en een groep Engelsen) en onze lievelings: Café Maria, met, zoals we later leren: alléén koffie. Geen melk? Nee alleen koffie. Geen water? Nee alleen koffie. Helder. Café Maria = solo café.
Omdat het zo verlaten is, heerst hier ultieme rust en vrede. Overal horen we weer het mooie geluid van allerlei vogels, zoals de specht. De enige vogel is van wie we het geluid herkennen.
Hier is het meteen “bikini aan en gaan!”. We lopen een stukje uit ons hotel, naar een meer, tussen de bergen. Hier huren we voor 20 cent (!!) een klein roeibootje, voor twee uur. We roeien een stukje het meer op en leggen aan tussen het riet. Onze conclusie: The Notebook zal hier wel op geïnspireerd zijn, want romantischer dan dit wordt het niet. Bijna niet. Want terwijl Lynn muziek opzet, bedenkt Britt gedichten. En zo maken we er weer onze eigen film van, maar dan echt.
“Onze benen op het bootje door de zon overgoten. We willen niets meer dan wat er is. We praten over eb en overvloed. En dat verder er niets meer echt toe doet. We willen niet meer en ook niet minder. Kijk, daar gaat weer zo’n gele vlinder.”
Na het bootje is het tijd voor actie. Gelukkig is hier één van de twee dingen die je kan doen in het hele gebied (waarvan één “een bootje huren en het meer op gaan is): ziplinen. Dus na even helemaal uit te hebben gestaan, zitten we een uur later, bepakt en bezakt met allerlei ijzeren haken, riemen en een helm, in een oude blauwe bus die ons de berg op rijdt. Samen met een groep van 25 Cubaanse kinderen en schreeuwende ouders, die al de hele dag aan het bier hebben gezeten. Het is immers ook hun zondag. Lekker tussen de locals.
Met licht klamme handjes loopt Britt naar boven. Lynn heeft dit vaker gedaan dus die staat alleen maar te stuiteren. Lynn vliegt de lijn af, helemaal door het dolle. Daarna volgt Britt en blijkt het best wel makkelijk te zijn, je hoeft eigenlijk alleen maar te hangen en rond te kijken. Prachtig. Even voel je je een met de natuur, we vlogen over het water naar beneden, tussen de bergen, over bruggetjes, boven bootjes en naast vogels. Na deze adrenaline kick is het tijd voor een dutje. Hard werken hoor, vakantie.
Maar voordat we in onze hotelkamer (is het wel een echt hotel?) belanden lopen we per ongeluk langs een nieuw restaurantje (is het een restaurantje?), waar niemand zit en niemand in de buurt is, maar waar we door de eigenaresse aangesproken worden omdat we verdwaald zijn. Ze vraagt of ze ons de weg kan wijzen en zij legt uit dat ze een vegetarisch restaurant is. Wij zeggen eerst even op te gaan frissen en terug te komen maar, over een uur gaat de stroom uit in het dorp en kan er niet meer gekookt worden, vertelt ze. Oke! Diner voor twee it is. En zo zitten we ineens weer in de bergen, met geweldig uitzicht, naar de ondergaande zon te kijken terwijl de mevrouw beneden ons, kleine kersjes uit de tuin haalt voor ons nagerechtje. Het eten is heerlijk. Helemaal biologisch (sowieso mogen ze geen pesticiden gebruiken op Cuba begrepen we), uit eigen tuin.
Na deze fantastische ervaring (in of rondom het hotel?) komen we dan wél aan in onze hotelkamer. We hebben nog steeds geen andere hotel bewoners gezien. De receptie is dicht en er is één klein barretje waar we alleen koffie kunnen halen. Bij Café Maria. De beste koffie tot nu toe. Die drinken we op op ons balkonnetje, met spechten voor onze neus, overal kippen, uitzicht op een weggetje waar af en toe een man met paard loopt en helemaal in de verte soms een oude auto rijdt, weer naar de bewoonde wereld. Wij zitten hier goed. Geen internet, geen verlichting. Gewoon het ritme van de natuur. En de douche is geweldig. Eigenlijk reden nummer 6, waarom dit zo’n bijzondere plek is. Want naast douchen op een Blokhutboot (buiten, midden in de natuur), was dit de beste douchebeurt ooit. Een een oud mini bad, met ramen ernaast die helemaal uitkijken over de vallei. Douchen met uitzicht op het meertje van vanmiddag, wat wil je nog meer?
Niets. En dat gaan we ook doen. We gaan lekker en slapen en pakken de volgende ochtend nog een laatste café bij Maria, met de taxichauffeur die ook fan is (zowel van de koffie als van Maria). Las Terrazas 2024: je was geweldig. En ooit maken we van jou een zomerhit, of carnavalsnummer.